De Onttovering van de Natuur
Modellen van het universum volgens Alan Watts
Soms vraag ik me af of we nog wel werkelijk in contact staan met de natuur. Het wonen in steden maakt ons decadent en argeloos tegenover de wilde extremen die de natuur met zich mee kan dragen. Als het nou gaat om onze relatie tegenover dagen van hitte, het vervuilen van de natuur of het nodeloze laten lijden van dieren, op veel vlakken zien we hoe we het contact langzaam verbreken.
Alan Watts sprak hier mooi over. Hij onderscheidde verschillende modellen waarmee we de wereld begrijpen, wat als verklaring kan dienen voor ons handelen. In het westen hanteren we, bewust of niet, wat hij het ceramische model noemt, waarbij wij gemaakt zijn door iets of iemand en wij vormen op onze buurt weer de natuur. Volgens dit model komt dat, omdat we niet uit de natuur zijn voortgekomen, maar door iets gemaakt zijn. De oude grieken voorzagen al dat de mens met meer kennis abstracter naar de wereld zal kijken. Ze noemden dit de objectieve blik, waarbij we in plaats van ervaren zullen proberen te begrijpen. “Het regent” , maar wat is dat het dan precies? Wat is het dat regent? Het is zo’n taaldingetje, dat die objectieve blik verraadt.
“The ceramic model of the universe is based on the Book of Genesis, from which Judaism, Islam, and Christianity derive their basic picture of the world. And the image of the world in the Book of Genesis is that the world is an artifact. It is made, as a potter takes clay and forms pots out of it, or as a carpenter takes wood and makes tables and chairs out of it.
So, basic to this image of the world is the notion that the world consists of stuff, basically. Primordial matter, substance, stuff. As pots are made of clay. And the potter imposes his will on it and makes it become whatever he wants.
— Alan Watts
De gevolgen van het ceramische model zijn voelbaar door de hele geschiedenis. René Descartes, een van de meest invloedrijke moderne filosofen, zag dieren als mechanische wezens, complexe uurwerken, gehoorzamend aan logische processen, te onderwerpen aan de menselijke wil. Het verhaal gaat dat hij dit publiekelijk demonstreerde tijdens lezingen. Zijn redenering was dat dieren geen bewustzijn hebben, geen emoties, geen ziel. Het gejank van een mishandeld dier was voor hem geen uitdrukking van pijn, maar simpelweg het geluid van een slecht functionerend mechaniek. Arme beestjes…
Niet toevallig opereerde Descartes binnen een religieus kader. Want ook in Genesis klinkt de opdracht helder: “En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.” (Genesis 1:28)
Wat Watts vervolgens het volledig automatische model noemt, is eigenlijk de geseculariseerde opvolger van dit idee. Toen de Verlichting de schepper uit de vergelijking verwijderde, bleef de wet intact. God verdween, maar diezelfde wetmatigheid bleef. De natuur werd een machine zonder ontwerper, maar nog altijd een machine. En een machine is er om begrepen, benut en beheerd te worden.
Dit model zie je terug in de juridische geschiedenis van dieren. Tijdens mijn rechtenstudie verbaasde ik me al over de positie van dieren binnen de wet. Eeuwenlang werden zij ingedeeld als goederen, objecten van eigendom en handel, niet van morele bescherming. Pas op 1 januari 2013 werd de wet in Nederland aangepast omdat het niet langer ethisch te verantwoorden was. Maar zelfs nu vallen ze nog steeds onder de categorie van rechtsobjecten, nog altijd zonder eigen stem. Het volledig automatische model van de aarde houdt stand.
Toch zijn er altijd stemmen geweest die iets anders zagen. Alan Watts, Peter Singer, Thoreau, Jane Goodall, David Attenborough en naast hen eeuwenoude oosterse wijsgeren en activisten, die elk op hun eigen manier in essentie hetzelfde zeiden. De natuur is niet iets buiten ons. Wij groeien uit haar, zoals vruchten aan een plant.
A Chinese child would not ask its mother ‘How was I made?’ A Chinese child might ask its mother ‘How did I grow?’ — which is an entirely different procedure from making. When you make something, you put it together; you work from the outside to the in. But when you watch something growing, it works in exactly the opposite direction. It works from the inside to the outside. It expands, it burgeons, it blossoms.”
— Alan Watts
Dit onderscheid, maken versus groeien, is een belangrijk onderscheid. Het is een fundamenteel verschil in hoe je jezelf verhoudt tot de wereld. Ben je een product, of ben je een uitgroeisel? Ben je ergens buiten de natuur neergezet, of ben je er onlosmakelijk deel van?
Watts noemt dit het dramatische model. De wereld is geen machine en geen reductionisch object. Ze is een drama, een spel van “hide and seek”. Het eerste spel dat je met een baby speelt, is kiekeboe. Je verstopt je achter je handen en verschijnt dan weer. De baby lacht. Watts ziet daar iets dieps in. Namelijk dat de baby dichtbij de bron staat en daardoor het spel herkent. Verbergen en verschijnen is de bron van ons bestaan. Hij beschrijft zijn filosofie wonderschoon:
”The point of dancing is the dance. In music also, one doesn’t make the end of a composition the point of the composition. If that were so, the best conductors would be those who played fastest. (...) But we missed the point the whole way along. It was a musical thing and you were supposed to sing or to dance while the music was being played.”
— Alan Watts
Wij zijn vergeten dat we meedoen aan die dans. We verwijderen de sterren met onze lichtervuiling. We overstemmen het woud met ons lawaai. We domineren de natuur en noemen dat vooruitgang, maar domineren gaat helaas hand in hand met vervuilen, uitwissen, vernietigen. Elke straatlantaarn die de nacht verdrijft, elk snelweggeluid dat de stilte opslokt, alle literatuur of poëzie die tot de dood wordt geanalyseerd, elke nieuwe uitvinding die de romantiek van de handeling vernield, is wat mij betreft een kleine misdaad, weer een stap richting de “onttovering van de wereld” zoals Max Weber wist te beschouwen.
In The Hidden Life of Trees hoorde ik een zin die me bijbleef: “De natuur zal het wel overleven. Het zou alleen mooi zijn als wij erbij kunnen zijn om haar te bewonderen.” De vraag is niet of de natuur ons nodig heeft, dat heeft ze niet. De vraag is of wij haar nog kunnen zien, horen, voelen. Of we nog weten dat we er deel van zijn, voordat we onszelf uitroeien door die eindeloze bodemdriften van onze verlangens.
“The man killed the bird, and with the bird the song, and with the song himself.”


